De bezem

alfred birney Een asielvinder laat zich in een interview ontvallen dat ze hier kwalijk als schoonmaakster kan gaan beginnen. Is beneden haar niveau. Nog niet koud in Holland en dan al verwend. Dát is nog eens inburgeren! Schoonmaakwerk biedt tóch geen garantie voor sympathie bij de de autochtonen.

Op een nieuwjaarsdag begin jaren zeventig, na het laatste zware bombardement van Amerika op Noord-Vietnam, had ik het genoegen met een groepje betaalde vrijwilligers de sporen van oud en nieuw te mogen opruimen. Gewapend met heksenbezems werden we in Bezuidenhout gedropt. Op een hoek lag een uitdagende hoop vuurwerkafval. Een dame wees me tikkend tegen haar gepoetste raam op een drol. Ik knikte haar vriendelijk toe en veegde er het vuurwerkafval netjes omheen. Een toegewijde straatveger houdt zijn bezem immers schoon.

Tijdens het schaftuur in de kantine werd ik van mijn formica tafeltje weggeroepen en naar het opperhoofd der straatvegersgilde aan de Gaslaan gecommandeerd. Daar liet deze caesar me snauwerig weten dat er een klacht was uit het Bezuidenhoutse over ‘zo eentje met zwart haar.’ De bullebak wenste geen wederhoor en blafte me het terrein af.

Woef!

Wat een manieren. Wat een blindheid voor de eigen cultuur! Elke toerist die Nederland aandoet, wrijft zich verlekkerd in de handen bij de gedachte aan het zien van molens, tulpen én hondenpoep.

Zeg caesar! Oud geworden inmiddels? Alsnog een dispuutje beginnen over de drol als vermaard nationaal symbool? Herintreden anders? Er staan nog vacatures open voor mijnopruimers op de Killing Fields in Cambodja. Wel je eigen bezem meenemen.

Haagsche Courant, woensdag 2 januari 2002