Columnistenjacht

alfred birney Misschien een nieuwe trend: columnisten voor het gerecht dagen ter maskering van je zwakheden. Win je, dan wint ook de dreiging der censuur. Maar verlies je, dan floreert de column des te meer. Dit populaire genre bevindt zich in het niemandsland tussen journalistiek en bellettrie en kan een kluif zijn voor de rechter, die er niet zit om egootjes van functionarissen op te poetsen. Een poosje terug kreeg ik bijna het opperhoofd van de VOC-feestcommissie op mijn dak, ware het niet dat mijn beweringen konden worden getoetst aan de verklaring van een radiojournalist. Scheelde me mooi 20 jaar dwangarbeid in Siberië. Zolang de feiten kloppen, mag je mopperen, binnen vage grenzen. Thans spant te Almelo het Openbaar Ministerie een strafzaak aan tegen ene Twentse journalist Jan M. Die zou zich in een column schuldig hebben gemaakt aan ‘opruiing’. Onze Jan noemde een zekere VVD-wethouder een ‘leugenaar’, ‘incapabel’ en ‘arrogant’. Dat is toch braaf schelden en van een matig niveau, lijkt me. Onze Jan refereerde tevens aan een incident waarbij onbekenden stenen door de ruiten van een Turks gezin wierpen. Die stenen hadden beter bij die VVD-wethouder naar binnen kunnen vliegen. Dat bedoelde onze Jan spreekwoordelijk. Moest-ie uitleggen! Tja, sinds de 6e mei mag men zich niet meer spreekwoordelijk uitlaten, alleen nog letterlijk in de open source code van Linux PF. Columnisten kunnen alleen nog onder de noemer ‘demonisering’ een scheet laten. Wordt vanzelf een donderslag. De tolerantieladder onzer natie oxideert door geseyck.

Haagsche Courant, maandag 5 augustus 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns Getagged