De tolk van Java in aanbiedingsfolder

de tolk van java in aanbiedingsfolderDe vorige week woonde ik een vergadering bij van mijn uitgever en redacteur met een peloton pr-mensen. Ik was de laatste Nederlandstalige schrijver die arriveerde, op één na waren de anderen al vertrokken. Ik had me goed voorbereid, althans: dat dacht ik. Maar tijdens het etentje achteraf liet mijn uitgever me weten dat ik in het begin te veel uitwijdde. Daarom had hij ingegrepen en me met een enkele vraag op het juiste spoor gezet. Wat dat juiste spoor dan wel niet is in deze moderne tijden? Nou, ik moet snel en helder de inhoud van mijn roman uiteen kunnen zetten. Mijn redacteur zei vergoelijkend dat het ook niet bepaald gemakkelijk is om zo’n gelaagde roman, geschreven in verschillende stijlen, eventjes na te vertellen.

Maar het was een zeer leerzaam onderhoud met die pr-mensen, die immers je boek moeten verkopen. Ik ben nu dan ook aan het oefenen hoe ik binnen één minuut mijn roman kan samenvatten, zonder het dikke boek geweld aan te doen. Eerlijk gezegd is het wel een leuke oefening. Ik begon met vijf minuten en zit nu ergens aan de drie minuten. Zodra ik De tolk van Java in één minuut kan samenvatten, slinger ik het op dit blog. Voor wie nieuwsgierig is naar wat er de bladzijden in de aanbiedingsfolder staat, ga naar deze pagina op de website van Uitgeverij De Geus.

Read My World voordracht en interview Alfred Birney

Read My World – editie Zuidoost-Azië vindt plaats van 1 t/m 3 oktober 2015 in de Tolhuistuin in Amsterdam, met twee optredens van Alfred Birney.

Tuinzaal:

Vrij 2 oktober – 21:00 – 22:00. Over de dood heen

Stel je voor dat je dood bent. Wat had je nog moeten zeggen en tegen wie? Met deze vraag gaan vier auteurs aan de slag. Ellen Heijmerikx, Kira Wuck, Alfred Birney en Seno Gumira Ajidarma (Verenigde Staten/Indonesië) schreven een monoloog en dragen die voor vanuit het perspectief van een al dan niet fictief personage dat nadenkt over wat er nog gezegd had moeten worden. Een opdracht die het vervreemdend perspectief viert en zich zelfs door de dood niet laat stoppen.

Met: Kira Wuck, Alfred Birney, Ellen Heijmerikx, Seno Gumira Ajidarma, Rashid Novaire en Sietske Roscam Abbing

Literair café:

Vrijdag, 2 oktober – 22:00 – 23:00. Dubieuze geschiedenis

Multatuli kent iedereen, maar wie heeft van Victor Ido gehoord? Alfred Birney laat in zijn essay De dubieuzen de onderbelichte kanten zien van de Nederlands-Indische literatuur. Programmamaker en onderzoeker Lisanne Snelders gaat met hem in gesprek over beeldvorming, gemengde afkomst en mooischrijverij.

Work in process (roman)

manuscript tolk van java

Dit is een snapshot met een iPhone 4 van de eerste versie van mijn aanstaande roman, vers uitgeprint op 460 A4’tjes 70 grams papier, lettertype Times New Roman, regelafstand 1,5 – om kort te gaan: 195.974 woorden. Dat is een pak papier goed voor een paperback van 600 – 700 bladzijden. Zo’n dikke pil schreef ik nooit eerder.

Mijn dikste boek tot nu toe was Het verloren lied, een roman van ongeveer 80.000 woorden, goed voor een paperback van 320 bladzijden. Mijn dunste boek is de novelle Rivier de Lossie, in manuscript 21.501 woorden. Afgerond is mijn dunste boek dus 20.000 woorden lang en dit manuscript, dat ik hier op schoot heb, bijna tienmaal dikker met zo’n 200.000 woorden.

In een dun boek moet elke bladzijde goed zijn, je hebt eenvoudig geen tijd om een aantal zwakke bladzijden goed te maken. Met een dik boek heb je meer speling, je kunt jezelf wel wat minder sterk geschreven bladzijden veroorloven. Dat weet elke schrijver. Maar dan moet het wel een boek zijn met een sterk verhaal, anders smijten de lezers het in de hoek. Ik streef ernaar waar mogelijk flink te schrappen.

Ik schrijf mijn boeken meestal in drie versies. Met deze eerste versie op schoot ga ik het proberen te lezen zoals een lezer dat doet, dus zonder potlood erbij. Dat is al een hele kunst: net doen alsof je alles voor het eerst leest. Fouten laat ik staan, ik kijk alleen naar de voortgang van het verhaal. Aantekeningen maak ik niet. De compositie is goed, denk ik. Ik onthoud vanzelf wel waar het boek eventueel inzakt. Dit zijn spannende dagen voor me.

Ik zou niet weten hoelang ik precies aan dit enorme boek heb gewerkt. Er staan herschreven stukken in van twaalf jaar terug, een interview met mijn moeder en informatie uit de memoires van mijn vader gaan zelfs terug tot 1985. Ik ben aan dit manuscript begonnen direct na de publicatie van mijn essay De dubieuzen in 2012. Hier ligt dus het resultaat van twee jaar hard en intensief ’s nachts in afzondering werken. Ik zou die twee jaren niet graag overdoen…

Later meer over de voortgang, en de inhoud, van dit boek, dat waarschijnlijk De tolk van Java gaat heten.

Brief van De Contrabas

Geachte heer Birney,

Beste Alfred,

Laat ik je maar tutoyeren, ook al hebben we elkaar maar één keer ontmoet, vroeger, in Nijmegen. Jij was te gast bij het Literair Café in het inmiddels verdwenen O42 en ik was mederedacteur van een, tsja, literair tijdschrift(je) dat Tristan heette.

Niet lang na je optreden zou je in het laatste nummer van dat blad publiceren, een kort verhaal denk ik, en een medewerker schreef een ‘essay’ over je werk, dat toen uit twee romans bestond. Tristan verdween (gelukkig) en ik verloor je, ergens eind jaren negentig, in literaire zin uit het oog.

 

 

 

Daar is onlangs verandering in gekomen. Ik las je drie meest recente novelles (Rivier de Lossie, Rivier de IJssel en Rivier de Brantas), allemaal verschenen bij In De Knipscheer en het boek Yournael van Cyberney… lees verder op De Contrabas (opgeheven).

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Weblog

Leeslijst uitgekleed en aangevuld

Mijn zoon hoeft maar tien boeken te lezen. Dat maakte het schrappen lastig. Nog lastiger: er moet tenminste één titel bij staan van anno 2000 – heden. De hele school zet Joe Speedboat op de lijst, want dat klinkt wel lekker. De engelenbron lijkt me beter. Benieuwd of de lerares die titel eigenlijk wel kent. Ze schijnt een fan te zijn van Giphart… Hoort zo iemand niet op de basisschool thuis? Enfin, hier de lijst:

Claus, Hugo
De Metsiers (1951)

Couperus, Louis *
De Stille kracht (1900)

Dermoût, Maria *
Nog pas gisteren (1951)

Emants, Marcellus
Een nagelaten bekentenis (1894)

Hermans, Willem Frederik *
Herinneringen van een engelbewaarder (1971)

Mahieu, Vincent
Tjoek (tien vertellingen) (1961)

Slauerhoff, J.J. *
Het verboden rijk (1932)

Springer, F.
Bougainville (1981)

Vestdijk, Simon
De kellner en de levenden (1949)

Zielinski, Erich *
De Engelenbron (2003)

De titels met een sterretje heb ik mijn zoon aanbevolen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Weblog

Tekst voor Gerard Mosterds “Ketuk Tilu Revisited”

Verleden week voltooide ik een tekst voor de choreograaf Gerard Mosterd. Hij was op zoek naar een nieuwe combinatie van kunststijlen voor zijn remake van “Ketuk Tilu”, waarmee hij in 1999 opzien baarde. “Ketuk Tilu” is een mix van Indonesische en moderne dans. Gerard Mosterds invalshoek was onder meer de “Jaipongan”, een dans- en muziekvorm die teruggreep op een stijl van een dansende straatprostituée en haar “Ketuk Tilu”- orkest uit Bandung, West-Java, later doorontwikkeld door anderen tot een Indonesisch antwoord op de westerse rock & roll, die jarenlang verboden was in het land. Na een optreden met zijn “Ketuk Tilu” op de Pasar Malam Besar in 1999 toerde Gerard Mosterd met zijn dansgroep door Indonesië. Nu, negen jaar later, gaat hij met een remake de planken op. Voor het eerst in zijn carrière gebruikt hij gesproken tekst. Voor “Ketuk Tilu Revisited” begon ik met een bestaande tekst, die gaandeweg, in zeven versies, een metamorfose onderging. Het resultaat van dans, muziek en woord kunt u gaan zien op de komende Pasar Malam Besar in Den Haag. Podium: Bintang Theater. Tijden: woensdag 21 mei 13:00 uur; zaterdag 24 mei 15:45 uur en donderdag 29 mei 13:00 uur. Na deze eerste optredens gaat Gerard Mosterd met zijn dansgezelschap een toernee maken door Nederland en Indonesië.

Ontwerptekst Monoloog voor Ketuk Tilu

Als ik een fresco op de muur schilder, hoef ik het niet te vertellen. Het kan ook in graffiti. Misschien is dat wel leuker: kliederen met spuitbussen. Maar ik ben niet handig, ik kan niet eens tekenen. De vogel zou nog wel gaan. De sandalen worden moeilijk. Ik zou er schoenen van kunnen maken. Klompen desnoods. Maar één verkeerde beweging met kwast of spuitbus en je krijgt een stel VOC-schepen te zien. Het zijn mijn sandalen op het droge zand. Ze vormen een driehoek met een grafsteen en een vliegende raaf. Een muurgedicht ligt me misschien beter. Zou men het begrijpen? Ik zal het toch eerst aan iemand moeten vertellen.

Ik heb een keer de lange reis gemaakt en kreeg een satori aan het graf van mijn grootmoeder. Een cadeautje van de Goden. Een raaf kwam aangevlogen en haalde me uit het ogenblik van verlichting. Ze herinnerde me aan een droom van mijn moeder. Of was het een droom van mijn vader geweest? Op een nacht vloog een raaf door de slaapkamer van mijn ouders. Ze kwam de dood van mijn grootmoeder aankondigen. Mijn ouders dansten een ongelukkige tango, hun huwelijk werd verbroken. Welke sterveling onthoudt andermans dromen? Alleen ík ben zo dwaas. Had de scheiding van mijn ouders mijn grootmoeders dood bespoedigd? Ik ben de volgorde kwijt.

Ik probeerde het schrift te lezen op de kleine grafsteen. De letters waren nauwelijks leesbaar, weggespoeld onder vele moessonregens. Maar in elk van de vier hoeken waren nog Chinese tekens zichtbaar. Toen kreeg ik die opwelling. Ik besloot mijn sandalen uit te trekken en ze te begraven aan de voet van het graf van mijn grootmoeder. Geen moslim in de omtrek begreep die onorthodoxe daad.

Ik wil terug. Mijn verlangen naar die plek wordt aldoor sterker. Ik word gek in dit land van mist en regen. Vorst en sneeuw verstikken mijn herinneringen. Het is veertig jaar na de dood van mijn grootmoeder. Mijn moeder vertelde altijd dat via mijn grootmoeder een vloek van Java onze kant op is gegaan. Ik ben haar oudste zoon. Misschien heb ik haar woorden te absoluut genomen. Als je in een vloek gelooft, geloof je ook dat je die kunt afsmeken. Als ik een selamatan organiseer, dan kan ik het idee loslaten. Ja! Ik ga terug, terug, en stem de boze geesten gunstig! Ik ga terug, terug en zoek een toko voor een selamatan! Waarom symbolisch dag en nacht in mijn sandalen aan mijn grootmoeders graf blijven staan? Ik moet eruit stappen en een mudin laten bidden bij een magische picknick. De voorgeschreven bloemen strooien op het graf en dan zal het zijn gedaan. Wie weet hoeveel ik achter me zal laten?

N.B. Deze tekst is later bewerkt voor de dansvoorstelling. Het motief komt terug in mijn novelle Rivier de Brantas.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Weblog