Fluiten in het donker: De kloof

De vierde editie van Fluiten in het donker is een samenwerkingsverband van de drie omroepen AVROTROS, NTR en VPRO, het NPO-fonds en het Nederlands Letterenfonds. Dit jaar staat de editie van Fluiten in het donker in het teken van monologen van schrijvers rond het thema de kloof. Alfred Birney schreef Hallucinair ritueel, dat wordt uitgezonden als aflevering 6 in een podcastuitzending van 12 minuten vanaf woensdag 19 december. Nacht vrijdag 28 op zaterdag 28 december op Radio 1 van 00:00 – 01:00. Alfred Birney’s hoorspel Fluiten in het donker met aansluitend een interview met de schrijver in VPRO’s Nooit meer slapen.

de kloof vpro birney

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Uitreiking Henriette Roland-Holst Prijs

In 2017 bekroonde de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de roman De tolk van Java van Alfred Birney met de Henriette Roland Holst-prijs.

De uitreiking van de  toegekende prijs vond plaats in het Academiegebouw te Leiden tijdens de Laureatenmiddag op 23 september.

Eerder:

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in haar laatste bestuursvergadering de Henriëtte Roland Holst-prijs 2017 toegekend aan Alfred Birney voor zijn roman De tolk van Java. Lees alles, inclusief het juryrapport, hierover op de website van de MdNL. De prijs wordt uitgereikt tijdens een Laureatenmiddag op zaterdag 23 september 2017 tussen 14.00 en 17.00 uur in het Academiegebouw te Leiden.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

De zomer van Alfred Birney

de-zomer-van-alfred-birneyReportage van een mislukte picknick met de jongens van Een Vandaag in De zomer van Alfred Birney. Het was te guur aan het strand om er op een kleedje uit de picknickmand te gaan snoepen. We doken een strandtent in, ze duwden me een gitaar van niks in mijn handen en zo begint een gezellige uitzending. Er ging nog meer mis: ik had op verzoek drie attributen meegenomen: een boek, een liedje op cd en een Chinese vaas, die in de romans Vogels rond een vrouw (1991) en De tolk van Java (2016) voorkomt. De redactie wilde de reportage een historische context geven en maakte de klassieke fout door Indische Nederlanders met Indonesiërs te verwarren. Dat gaf een enorme heisa onder voornamelijk Indo’s op Twitter en Facebook. De interviewer bood zijn excuses aan de klagers aan, maar dat vonden ze niet genoeg. Toen zelfs ik ter verantwoording werd geroepen door een stel wijsneuzen op Facebook heb ik mijn account maar even stil gelegd. En Twitter. Wat een rust, ik begin zowaar weer op een nieuw boek te broeden. In De tolk van Java staat geschreven op pagina 125 over Nederlands-Indië jaren dertig uit monde van de Tolk:

Er waren altijd meer ruzies tussen Indische families onderling dan tussen Indische, Hollandse of Javaanse families […] het was haat en nijd onderling.

Die merkwaardige vader van me at nooit in Indische restaurants of toko’s, niet op Java, niet in Holland en in Spanje evenmin. Hij zat altijd bij de Chinees. Chinese Indo’s zijn anders dan Indo’s. Eigenlijk horen ze helemaal nergens bij. Ook daarover gaat De tolk van Java. Dat dat niet door iedereen begrepen of gezien wordt, dat geeft niet. Wat blijft hangen is: oorlog is een hel.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Jet Steinz interviewde me vandaag over welke boek ik ga herlezen deze zomer

Jet Steinz vraagt aan zes hoogvliegers uit de CPNB Top-60 welk boek zij gaan herlezen deze zomer. Ze selecteerde mij omdat De tolk van Java al tien weken lang in de toptien staat, de eerste vier weken op nummer 1. Vandaag had ik haar een uur aan de lijn en ik vertelde haar over Het Hoofdkussenboek van Sei Shōnagon (清少納言), notities van een Japanse hofdame op het kruispunt van de tiende en elfde eeuw. Ik herlees dat boek elke zomer, als de zon schijnt, op mijn balkon. Het verslag van ons gesprek verschijnt over drie weken in de Volkskrant, dat zal zijn zaterdag 12 augustus in de weekendbijlage.

Mijn redacteur vertelde me onlangs dat uitgeverij Athenaeum het boek wil heruitgeven. De voortreffelijke vertaler Jos Vos, die onder meer Murasaki Shikibu’s Het verhaal van Genji onder handen nam, is aangezocht om de klus te klaren, aangezien wij het nog moeten doen met een vertaling uit het Engels, die niet helemaal deugt. Of deze informatie vertrouwelijk is, dat weet ik niet. Waarom zou dat? Het Hoofdkussenboek wordt al lang niet meer herdrukt en ikzelf moet het doen met een beduimelde pocketversie uit 2000. Ik kan bijna niet wachten op het off line beste blog aller tijden.

Update: de heruitgave is inmiddels verkrijgbaar. Het is de eerste Nederlandse vertaling direct uit het Japans, ofwel een Japans handschrift dat als de betrouwbaarste wordt gezien door de vertaler Jos Vos. Aan mij de eer om het boek van een voorwoord te voorzien.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Le Banian

le banian Le Banian, het literair-cultureel kwartaaltijdschrift van De Association franco-indonésienne Pasar Malam, gevestigd in Parijs, heeft op 7 december jl. zijn special over de postkoloniale literatuur in Nederland gelanceerd met een feestje op de Indonesische ambassade in Parijs. Er is een jaar lang onder de bezielende leiding van Johanna Lederer hard aan gewerkt door onder meer Dorien Kouijzer en vertaalster Anita Concas, met een financiële ondersteuning van het Nederlands Letterenfonds.

Mij was gevraagd een inleiding te schrijven, Adriaan van Dis het nawoord, terwijl de spekkoek wordt gevuld met stukken van Lizzy van Leeuwen, Marion Bloem, Ernst Jansz, Herman Keppy, Frans Lopulalan, Betty Roos en Jill Stolk. Ook van Adriaan van Dis en mij (uit Rivier de Brantas) zijn prozafragmenten opgenomen.

Indonesische bijdragen komen van Sitor Situmorang (Harianboho, 2 okt 1923 – Apeldoorn, 21 december 2014) en Sobron Aidit (Belitung, 1934 – Parijs, 2007). Het mooie tijdschrift in boekvorm wordt aangevuld met recensies en artikelen. Het nummer kost € 12,- excl. verzendkosten.

Belangstellenden voor de bundel verwijs ik naar de pagina van de Association franco-indonésienne Pasar Malam voor een volledige inhoudsopgave. Adriaan van Dis en ik zijn al jaren lid van deze club en nieuwe leden zijn altijd welkom. Voor maar € 25,- per jaar steun je de Association franco-indonésienne Pasar Malam en daarmee de Franse aandacht voor Indonesische en Indische kunstvormen. Er worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd etc. Een mailtje sturen aan Johanna Lederer via de site is genoeg. Zij is overigens meertalig… (Indonesisch, Nederlands, Frans, Engels).

*** Vlak na het schrijven van deze post las ik dat Sitor Situmorang vandaag stierf in Apeldoorn. Hij was geboren in Harianboho, Noord Tapanuli, Noord Sumatra, op 2 oktober 1923 en woonde met zijn Nederlandse vrouw in Apeldoorn.***

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Du Perron en de Indische letterkunde

Najaarsbijeenkomst georganiseerd door het E. du Perron Genootschap.
Met medewerking van Alfred Birney en Bert Paasman.
Zaterdag 24 november 2012 in Museum Meermanno Den Haag.
Tijd: 14:00 – 17:00 uur.
Iedereen welkom!

Du Perron en de Indische letterkunde is het thema van de najaarsbijeenkomst van het E. du Perron Genootschap, die in Den Haag plaatsvindt en wel in de sfeervolle leeszaal van Museum Meermanno: het huis van het boek. Alfred Birney en Bert Paasman zijn de sprekers.

Het museum is geopend vanaf 12.00 uur. Het is de voorlaatste dag van de Internationale Papier Biënnale Rijswijk 2012, waarbij Museaum Meermanno boeken, pectaculaire installaties, films en kunstwerkenen van internationale kunstenaars toont. Op straat aan de gevel is een installatie van Alicia Martin te bewonderen: een gestolde stroom van honderden boeken. Voor wie eerder wil komen: vergeet uw Museumjaarkaart niet… Voor het literaire programma is geen toegangsbewijs nodig.

Inloop: vanaf 13.30 uur. Aanvang: 14.00 uur. Einde: 17.00 uur.

Programma:

– Bert Paasman spreekt over Du Perron als bloemlezer, toegespitst op De muze van Jan Companjie, het niet-gepubliceerde vervolg en de plannen voor het derde deel. Paasman is emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam,

– Alfred Birney belicht Du Perrons plaats in de Indische letterkunde in relatie tot andere Indische schrijvers, zoals Multatuli, Daum en Couperus. Birney is schrijver en essayist. In 2012 verscheen zijn essay De dubieuzen, als vervolg op de bloemlezing Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren (1998) en Yournael van Cyberney (2001). Alfred Birney stelt onder meer het gebrek aan kennis van Nederland van de eigen koloniale geschiedenis aan de kaak via voorbeelden uit boeken van vergeten schrijvers uit de koloniale letteren.

– Borrel.

Adres: Prinsessegracht 30, 2514 AP Den Haag
Tel. 070-34 62 700
www.meermanno.nl

Meld u zich s.v.p. voor 15 november aan bij info@edpg.nl ivm de borrelnootjes 😉

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Rubber

rubber NostalgieNet zond onlangs de speelfilm Rubber uit, naar de gelijknamige roman van Madelon Székely-Lulofs. De film liep van 00.10 tot 01:20 uur. Ik noem de uitzendtijd opzettelijk. De film duurde 1 uur en 10 minuten, maar was, volgens Wikipedia, in zijn oorspronkelijke vorm niet 70 maar 106 minuten lang. De film was niet bepaald slecht te noemen, maar rond de inhoudelijke kwaliteit zal altijd het voordeel van de twijfel blijven hangen. Misschien zaten in die verloren gegane 36 minuten wel interessante details, al valt daar toch wel aan te twijfelen, gezien een veel te lang uitgesponnen scène van niks in de planterssociëteit, waar wat melig jolijt plaatsvindt.

De bewaarde beelden tonen alleen de vrouw die overspel pleegt, maar niet die van haar man, die hetzelfde doet. Ook de sprekende pop, de Japanse njai Kiku San, ontbreekt. Ik zag enkel een Javaanse huishoudster, die de Hollandse vrouw, een nieuwkomer, zóveel werk uit handen neemt dat ze zich begint te vervelen en een minnaar gaat zoeken. Het stel Indo-muzikanten, waarover ik narrig schrijf in mijn essay De dubieuzen, draaft inderdaad op en wordt later vervangen door een jazzband.

Los van het liefdesmotief en de verveling op de plantage kent de film geen enkele zelfreflexie bij de Hollandse planters op Deli, waar het verhaal lokaal werd geschoten. Nou tref je dat ook niet in de roman aan, wat me nogal spijt. De enige kritiek die Madelon Székely-Lulofs spuit is de cirkel van rubber tappen, het verwerken van rubber in autobanden en de import van auto’s in Indonesië. Wat dat betreft geeft ze het verhaal een mondaine dimensie. Maar meer ook niet. De autochtone bevolking vormt niet meer dan wat stompzinnig behang. Alsof in die tijd al niet naar onafhankelijkheid werd gestreefd door de Indonesiërs…

In De dubieuzen trek ik een vergelijking met Dé-lilah’s roman Hans Tongka’s carrière. Rubber wordt ten onrechte de eerste Nederlandse plantersroman genoemd. Er gapen immers liefst ruim drie decennia tussen Madelon Székely-Lulofs’ Rubber en Dé-lilah’s Hans Tongka’s carrière uit 1898. Misschien was Dé-lilah wat verder gekomen als ze haar roman simpelweg Tabak had genoemd.

Heeft Madelon Székely-Lulofs Dé-lilah’s Hans Tongka’s carrière gekend? De kans bestaat, een foto van haar in haar kamer toont een enorme boekenkast, maar ik betwijfel het. Het boek zou haar ongetwijfeld op het idee hebben gebracht een kritischer kijkje te nemen in het leven van de planters. In Dé-lilah’s Hans Tongka’s carrière bestaat geen liefde, alleen seks en geldzucht. Dé-lilah toont de uitwassen van de beruchte ‘Koelie-ordonnantie’, die planters het recht gaf naar eigen goeddunken hun koelies, een soort betaalde slaven, te berechten, tot aan de galg, zoals in de dagen van Jan Pieterszoon Coen. Deze wet duurde van 1880 – 1941, dus Madelon Székely-Lulofs moet er weet van hebben gehad.

Beide boeken van beide schrijfsters spelen in Deli. Dé-lilah neemt elke maar dan ook elke bevolkingsgroep op de hak. Madelon Székely-Lulofs werd niet graag gelezen in Nederlands-Indië, laat staan Dé-lilah. Een hernieuwde uitgave van Dé-lilah’s Hans Tongka’s carrière, desnoods in een aangepaste spelling, zou onze koloniale letteren alsnog op zijn grondvesten kunnen doen schudden.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Internet als vijand van fictie

In het pré-internettijdperk was de leescultuur een oase waarin fictie kon gedijen zonder door non-fictie gebeten te worden. Verzonnen verhalen stonden model voor het leven van de mens. Thema’s herhaalden zich voortdurend. Een boek werd gedragen door de stijl van de schrijver. Non-fictie werd vaak opgediend in de vorm van essays. Thans worden essays met uiterste omzichtigheid uitgegeven. Veel uitgevers wagen zich er niet eens meer aan. Non-fictie heerst. Bekende Nederlanders krabbelen hun ervaringen haastig neer en zien hun boeken aangeprezen worden door ongeletterde presentatoren. Ik heb de opkomst van het weblog hand in hand zien samengaan met de toename van het aantal non-fictie boeken. Een bekende Nederlandse schrijver, Arnon Grunberg, verwees eens in een boek naar een weblog dat werd bijgehouden door een vrouwelijke romanfiguur. Toen zijn lezers erachter kwamen dat het weblog een verzinsel was van de schrijver zelf, voelden ze zich bedrogen. Het weblog was namelijk niet echt, het was fictie. Ik vroeg me af of er wel plaats is voor fictie op het internet. Ik blogde regelmatig onder de categorie van een verzonnen figuur, en ja: soms kreeg ik een mail van iemand die zich in iemand herkende en daar niet bijster vrolijk van werd. Had ik het in een boek gepubliceerd, dan was het om zo te zeggen een ander verhaal geweest. Hetzelfde verhaal, maar dan in papiervorm, in paperbackuitvoering met een omslag. Wezenlijk is er geen verschil. Het is de leeservaring. Die wordt gehinderd als je tegen het licht van een beeldscherm in kijkt.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Cult en hype

Over het verschil tussen cult en hype kan men kort zijn. Cult steekt altijd de kop op vanuit een subcultuur en wordt gevoed door een totaal gebrek aan belangstelling dan wel uiterst negatieve aandacht vanuit commerciële hoek. Een goed voorbeeld hiervan was de band The Sex Pistols: volkomen genegeerd op de radio, geen optreden mogelijk en voortdurende negatieve aandacht voor alles wat met punk te maken had. Toch werden (vrijwel) alle singles van de band al weken van te voren ingekocht door de winkels, puur op grond van bestellingen vooraf, en schoten ze in no time naar nummer 1 posities in de Engelse hitparades. Cultfilms, bands, boeken, enz… ze worden vaak jaren later als belangrijk in de geschiedschrijving opgenomen.

Een hype is eigenlijk het tegenovergestelde: die wordt vaak vanuit commerciële hoek zo veel mogelijk aangemoedigd en gesponsord. Mensen doen aan hypes mee, omdat het populair is. Hierbij kun je denken aan allerlei gadgets, zoals bijvoorbeeld telefoons waarmee je films op kunt nemen. Een hype wordt dus ook gekenmerkt door vergankelijkheid: binnen korte tijd is vrijwel niemand meer geïnteresseerd. Boeken vinden zelden de weg naar de literatuurgeschiedenis.

Cult kan dus worden gezien als een reactie vanuit een subcultuur op ondergewaardeerde produkten, waardoor tijdelijk grotere belangstelling voor het produkt ontstaat dan op grond van objectieve kwaliteiten verwacht zou mogen worden. Cult geniet uiteindelijk blijvende belangstelling. Hype is het gevolg van overwaardering van een produkt door overmatige commerciële belangstelling. Dit leidt tot een grote belangstelling voor het produkt, die even snel weer weg ebt als ze is opgekomen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

The Ferryman’s Daughter

In mijn novelle Rivier de Lossie fungeert een nummer van Donovan als een runnin’ gag. Het nummer trof ik ooit aan op een bootleg (illegale langspeelplaat) en thans zijn er diverse versies op YouTube te vinden. Mijn favoriet is, zoals bijna altijd, de eerste versie die ik ooit hoorde, een live-opname waarschijnlijk afkomstig uit Japan. Hier is het nummer en daaronder het fingerpicking-patroon om het te spelen.

 Am     
|--------------0--------|
|-------1---------------|
|--------------------2--|
|-------2---------2-----|
|---0-------0-----------|
|-----------------------|

    |   |   |__|  |__|

    1   2   3  &  4  &

    T  T/M  T  R  T  I

Het akkoordenschema voor de coupletten: Am C G Am 2x
Het akkoordenschema voor het refrein: C F C G 2x | Am —