Aloha Hans

Hans Dijkstal heeft zijn radiodebat achter de rug en rust even uit op de achterbank. De chauffeur vraagt de VVD-lijsttrekker of hij alvast door wil naar Rotterdam, waar een televisieoptreden op de agenda staat. Hans werpt een peinzende blik door het verregende portierraam naar buiten en zegt: ‘Aloha.’

‘Aloha,’ knikt de chauffeur en hij zet koers naar Den Haag. Javastraat. De Regentenkamer. Aan de deur krijgt het tweetal een bloemenkrans rond de hals gelegd. Een smalle trap krult omlaag naar een jazzhol, deze zondagmiddag een plek van Hawaiiaanse verpozing. Hans mengt zich tussen het kleine, overwegend Indische publiek en telt onder het genot van Hawaiiaanse klanken zijn gezegende uurtjes in de vermoeiende campagne, die hem van hot naar her doet slepen. Dan hoort hij het geluid van laarzenhakken op de trap en hij ziet een zekere columnist van niet geheel onbesproken proza het souterrain binnenkomen.

Hé! Ha! Betrapt! Voer voor een column! Kijk… het hoelameisje roept Hans naar voren… Die wenkt zijn chauffeur, dan staat hij daar niet alleen met die lieve dame, en die kan dan tegelijk een oogje in het zeil houden, want eh, je weet maar nooit of er begint iemand uit het publiek met een revolver de bloemen om je nek weg te knallen, ja toch?

Hans waaiert bevallig en subliem met zijn bloemenkrans. Dat zou die Pim nou nooit gedaan hebben, hè? Wah! ‘Aloha Pim’ klinkt tóch niet. En keffertjes vormen dissonanten.

Haagsche Courant, maandag 6 mei 2002