Aanbevolen door de kenners

Sinds mijn terugkeer als schrijver van verhalend proza kan ik even geen koloniale en postkoloniale literatuur meer lezen. Ze staat eenvoudig te dichtbij, vooral de Indische. Ver van mijn bed staat de Japanse literatuur. Daar kan ik bij wegdromen, het boeit me maar raakt me niet te diep. Op gevaar af om op pil numero elf-lempers te worden getrakteerd, zal ik maar gauw vermelden dat het boek Eeuwige reizigers; een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur van Jos Vos (Arbeiderspers, 2008) in de achtste eeuw begint en eindigt in de negentiende. Dus vóór Van den Vos Reynaerde en vóór de Max Havelaar. Een enorme verzameling van vertellingen, poëzie, dagboekfragmenten, memoires en zelfs sprookjes. Als je iets van de Japanse cultuur wilt begrijpen, uit fascinatie voor de vijand van je (voor-)ouders bijvoorbeeld, dan is deze bloemlezing een aanrader. Opvallend is het aantal schrijfsters, net als in de Indische bellettrie, met één van mijn grote idolen: de hofdame Sei Shōnagon, die zo’n 1000 jaar terug leefde en ons haar wereldberoemd Hoofdkussenboek naliet. Interessant is verder dat schrijvers en schrijfsters net zo makkelijk aandacht aan zowel mannen als vrouwen schenken. Beide seksen kunnen niet zonder elkaar. De liefde en de dood spelen de hoofdrol in de meeste geschriften; het overige doet er weinig toe. De liefde vormt wel vaak een probleem, dat bloeit met fraaie poëzie en eindigt vaak in scheiding en de weg naar non of monnik. De dood is niet zo’n probleem, reïncarnatie regeert. De Japanse literatuur als oase van overzichtelijkheid. Neem vooral de tijd voor deze teksten. Zoals de auteurs en de mensen dat toen deden. Hoed af voor de samensteller en vertaler Jos Vos.

De achternaam Vos komt veel voor in Nederland, dus u gelooft me vast wel als ik zeg dat ik nu niet opzettelijk met de naam Felicita Vos aan kom zetten. Haar boek Blauwe haren zwarte ogen; de Roma-cultuur van binnenuit (Meulenhoff, 2008) is een must read. Terwijl wij, Indo’s en Indischen, de grootste minderheid in Nederland vormen, zijn zij, de Roma (zigeuners), de grootste minderheid van Europa. Een slordige 15 miljoen zielen. De Roma vormen een minderheid mét een volkenrechtelijke status, maar zónder land. Na de Joegoslavië-oorlog werd dit besluit erkend voor de VN en de Raad van Europa met nota bene Duitsland die als enige lidstaat er niet mee instemde. Felicita Vos biedt in haar boek een keur aan portretten van beroemde Roma. De bekendste zijn wel Het Rosenberg Trio, Sylvia Tóth en Tata Mirando. De schrijfster heeft alleen Roma gekozen die het ver schopten in de zakenwereld, de muziek, de politiek of op het danspodium. Dat maakt het tot een trots boek. Ellendige verhalen, met de vergassing van ‘zigeuners’ in het zogenoemde ‘Zigeunerlager’ in Birkenau, heeft de schrijfster er subtiel en toch indringend doorheen gevlochten. Net als het verhaal van haarzelf en haar vader. Wat mij zo intrigeerde zijn de treffende overeenkomsten met de Indische opvoeding in de jaren vijftig. Roma vaders die eisen dat hun kinderen later zullen slagen in de maatschappij. De niet aflatende drang tot muziek maken. Jezelf zo onzichtbaar mogelijk maken. Ervoor zorgen dat ze niet merken dat je Roma bent. ‘Doe niet zo Indisch!’ Remember? Ik in elk geval wel. En dat net in een periode waarin ik even geen Indische literatuur lees. Komt er een Roma-schrijfster voorbij…

Verschenen in Indisch Anders, boekenkrant Tong Tong Fair: 2010