Oost-Indische inkt

Alfred Birney
Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren

bloemlezing
Uitgeverij Contact
Amsterdam 1998
gebonden uitgave 560 blz. 15 x 23 cm
ISBN 90 254 9781 0 NUGI 300
Amsterdam 2009
paperback 560 blz.
ISBN 9789025432492
Uitverkocht

Veelbesproken monumentale bloemlezing geeft een nieuw beeld van Indië in de Nederlandse letteren aan de hand van meer dan vijftig schrijvers. Met een uitgelezen selectie van literaire teksten geeft Birney de geschiedenis weer van de mensen die zijn geboren uit het samengaan van Oost en West: de Indische mensen die Nederlands koloniale verleden, en met name de Indische cultuur, mede gestalte hebben gegeven. Wat deze bloemlezing anders in dit genre maakt, is dat de lezer bij voorkeur de geboden volgorde moet aanhouden, want de fragmenten sluiten als een kettingverhaal op elkaar aan. Wie de bloemlezing zo leest, krijgt een beeld van de geschiedenis van Nederlands-Indië en haar nasleep tot op heden. En volgt die aan de hand van het verhaal van de Mesties, de Indo-Europeaan, de Indische Nederlander, Indische jongens en meisjes, kortom: de Indo. Het verhaal leidt voorlopig naar de schrijvers van de zogenaamde tweede generatie in Nederland, waarmee deze bloemlezing ook de langverwachte aanvulling vormt op wat eerder van Rob Nieuwenhuys verscheen.

Een groot literair indocompendium. Oost-Indische inkt geeft geen representatief beeld van vierhonderd jaar Indië in de Nederlandse letteren. Maar zo’ n boek wil het ook niet zijn. – Vrij Nederland

Een interessant boekwerk, waarin misschien niet de bloem van de Indische letteren is verzameld, maar waaruit wel in grote lijnen een niet altijd vrolijke geschiedenis van de Indische Nederlander valt af te lezen’ – NRC

Verhalen bijeen te garen over het zichtbare en duidelijke kolonialisme is in de Indische belletrie niet zo moeilijk, maar om verhalen te vinden waarin wordt aangetoond dat ook voor de Indo gold dat “dienstbaarheid zijn bestemming en machteloosheid zijn aard” zou zijn is veel moeilijker. Alfred Birney is daarin geslaagd, en met lof zou ik willen toevoegen. – Trouw

Oost-Indische inkt, pocket, alfred birney
Oost-Indische inkt, pocket

Alfred Birney
Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren

bloemlezing
Uitgeverij Contact
Amsterdam 2009
paperback versie 560 blz.
ISBN 9789025432492
Prijs € 17,95
Uitverkocht.

Deze controversiële bloemlezing is onderhand een standaardwerk geworden en geeft een nieuw beeld van Indië in de Nederlandse letteren aan de hand van meer dan vijftig schrijvers. Met een uitgelezen selectie van literaire teksten geeft Alfred Birney de geschiedenis weer van de mensen die zijn geboren uit het samengaan van Oost en West: de Indische mensen die Nederlands koloniale verleden, en met name de Indische cultuur, mede gestalte hebben gegeven. Wat deze bloemlezing anders in dit genre maakt, is dat de lezer bij voorkeur de geboden volgorde moet aanhouden, want de fragmenten sluiten als een kettingverhaal op elkaar aan. Wie de bloemlezing zo leest, krijgt een beeld van de geschiedenis van Nederlands-Indië en haar nasleep tot op heden. En volgt die aan de hand van het verhaal van de Mesties, de Indo-Europeaan, de Indische Nederlander, Indische jongens en meisjes, kortom: de Indo. Het verhaal leidt voorlopig naar de schrijvers van de zogenaamde tweede generatie in Nederland, waarmee deze bloemlezing ook de langverwachte aanvulling vormt op wat eerder van Rob Nieuwenhuys verscheen.

Bijdragen van: Jan Huygen van Linschoten (1562?), Willem Ysbrantsz Bontekoe (1587), Francois Valentijn (1666), Willem van Hogendorp (1735), Jacob Gotfried Haafner (1755), Walter Robert van Hoëvell (1812), Multatuli (Eduard Douwes Dekker) (1820), H. de Veer (1829), Jan ten Brink (1834), P.A. Daum (1850), Dé-lilah (1850?), G. Valette (1853), Adinda (Thérèse Hoven)(1860), Louis Couperus (1863), Victor Ido (Hans van de Wall) 1869), Marie van Zeggelen 1870), Carry van Bruggen (1881), Willem Walraven (1887), Maria Dermoût (1888), Arnold Clerx (1897), M.H. Székely-Lulofs (1899), E. du Perron (1899), Jo Manders (1900), C. Binnerts (1901), Beb Vuyk (1905), Rob Nieuwenhuys (1908), J.J.Th. Boon (Vincent Mahieu & Tjalie Robinson)(1911), A. Alberts (1911), Hella S. Haasse (1918), Aya Zikken (1919), Margaretha Ferguson (1920), Elviere Spier (1920), Lin Scholte (1921), F. van den Bosch (1922), Wim Walraven jr. (1922), Rudy Kousbroek (1929), R.A. Cornets de Groot (1929), Wies van Groningen (1929), Loes Nobel (1931), Paula Gomes (1932), F. Springer (1932), Helga Ruebsamen (1935), Bouke B. Jagt (1944), Adriaan van Dis (1946), Nicolette Smabers (1948), Ernst Jansz (1948), Alfred Birney (1951), Marion Bloem (1952), Frans Lopulalan (1953), Theodor Holman (1953), Glenn Pennock (1953).